Simson in Timna Simson in Timna

Simson in Timna

 
Gods gedreven wind Gods gedreven wind

Gods gedreven wind

 
Toeval bestaat ..of niet? Toeval bestaat ..of niet?

Toeval bestaat ..of niet?, een meditatie door ds. G.J. Krol.

 
Nieuwe meditatie door ds. G.J. Krol Nieuwe meditatie door ds. G.J. Krol

de meditatie vindt u hier

 
De kerk als veilige ruimte De kerk als veilige ruimte

deze  meditatie vindt u hier

 
Meditatie : De kast Meditatie : De kast

Psalm 8; Joël 2
‘de kast’
“Oma, als wij naar de kast kijken, zien wij dan dezelfde kast?” De kleindochter kijkt Oma vragend aan. Stilte om na te denken. “Nee, zeker niet” antwoordt Oma. Later vertelt zij dit aan haar dochter, de moeder van het meisje. Die vindt het maar raar. We kijken toch immers naar dezelfde kast? De vraag is eigenlijk al vreemd. Ik vind de vraag allesbehalve vreemd. Het is een leuke vraag en tegelijkertijd ook een echte vraag. Het is pure filosofie in de meest letterlijke zin. Een vraag die geboren werd uit liefde voor wijsheid. Dat is immers filosofie – het houden van wijsheid.
Grappig dat juist de moeder de vraag niet ter zake vond; dat trof me. De kleindochter stelt de vraag heel open en onbevangen en ook Oma ziet nog een opening, zij ziet dat de kast op verschillende manieren gezien kan worden. Ja, meer nog, twee mensen nemen de kast anders waar en door die andere waarneming is de kast voor ieder ook echt anders.
De generatie daartussen – hier de moeder – ziet dat niet. Natuurlijk zijn er kinderen die nooit zoiets zouden vragen en jazeker zullen er helaas veel opa’s en oma’s zijn die niet de soepele geest hebben om de kast zo onbevangen te bekijken. Omgekeerd zijn er vele volwassenen – die zogenaamde tussengeneratie – die net als de Oma zien wat het meisje zag, namelijk dat de kast voor ieder verschillend is. Straks zal ik daar iets over zeggen. Hier blijf ik toch even stilstaan bij het feit dat de moeder de vraag van haar dochter en het antwoord van de Oma van het meisje verbazingwekkend noemt. Ik generaliseer, maar denk dat juist de generatie van moeder wel andere dingen aan het hoofd heeft. Zij heeft – misschien wel samen met haar man – meer maatschappelijke verantwoordelijkheden. De orde van de dag eist haar zozeer, dat de tijd voor zo spelen met de liefde voor de wijsheid is opgeslokt. Dat is uiteraard wel jammer, maar het is niet onbegrijpelijk. In haar dochter en in haar moeder wordt zij wel uitgedaagd om breder en daarmee speelser te denken.
Hoe kijk je naar die kast? Je kunt letten op het houtsoort, de manier waarop het ding is gemaakt, hoe oud die is, de stijl. Je kunt kijken als een houtsnijder, of als historicus “Ja in die tijd bouwde mensen zulke kasten”. De kleuren van de kast, of bijvoorbeeld waarvoor de kast wordt gebruikt. Liggen er keukenspullen in of ondergoed? Zijn er allerlei verrassingen voor kinderen in te ontdekken, of is alles in één oogopslag duidelijk gesorteerd? Anders gezegd verschillende mensen zullen de kast anders beschrijven. Kortom, de kast zou in cijfers of maten en functies kunnen worden beschreven. Waar het eigenlijk om gaat is dat je daarmee echter het moment van het echte ‘zien’ van de kast niet kunt vangen. Die waarneming is haast een levende ontmoeting tussen bijvoorbeeld een persoon en de kast. Zo ontmoet het meisje de kast en ontmoet haar Oma ook de kast. Elk heeft zo een ontmoeting die een relatie is. Als je nog ‘jong genoeg bent om het te begrijpen’.
Als er iemand een jubileum viert, zal de werkgever die persoon anders beschrijven, dan bijvoorbeeld eventuele vrienden of kinderen. Zoveel omschrijvingen, zoveel personen en niemand heeft gelijk terwijl ook niemand ongelijk heeft. Daarom is ook Psalm 139 zo geliefd. Daarin wordt de Here God bezongen, Die mij ziet zoals ik ben, dieper dan ik mijzelf ooit ken, kent Gij mij. Dat is een troostrijke gedachte.
Wij leggen veel vast. In beleidsplannen, in beelden, in proporties proberen we de werkelijkheid voor ons hanteerbaar te maken. Logisch en ook niet verkeerd, zolang we maar goed in de gaten houden dat we de werkelijkheid niet kunnen vastleggen. We moeten de wereld niet in de hand willen houden, want dan kunnen we op nog maar één manier kijken.
Psalm 8 laat zien hoe kinderen waarnemen. In hun onbevangenheid in hun vragen mogen we stem van God horen. Zijn sterkte uit hun kwetsbare vragen. Het zijn immers vragen die we zouden kunnen wegwimpelen, omdat we weer over moeten naar de orde van de dag.
Met Pinksterren horen we dat als Gods Geest komt over mensen de ouden dromen. Die dromen zijn geen waandenkbeelden, maar tonen Gods plan; zijn toekomst om in relatie, levende relaties te leven. Relaties die spreken van de liefde van Jezus Christus.
Net als die kast is een mens als een diamant; op verschillende manieren te zien. Niemand is zonder mogelijkheden. Door de Geest van Gods liefde kun je een relatie aangaan. Onbevangen als een kind, open dromend als een ouder en wijzer iemand; wijzer door het licht van God, waardoor je alles zo kunt zien.
Het geloof opent een weg naar oprecht verlangen. Een verlangen om te leven in een echte relatie met mensen. Het kijken naar zoiets simpels als een kast kan daartoe de deur al openen.
juli 2013, Geldermalsen.
 

 
De kerk als veilige ruimte De kerk als veilige ruimte

van de hand van Ds. Krol ontvingen we deze meditatie

 
Meditatie :Het teken van Jona’ Meditatie :Het teken van Jona’

Lucas 11,29.30
‘Het teken van Jona’
“Geluksvogels”. Dat dacht ik minstens één keer in de week als ik ’s morgens in mijn bed lag te luisteren naar het koeren van de duiven in de dakgoot van het ouderlijk huis. “Geluksvogels”, dacht ik dan, “zij hoeven ten minste niet naar zwemles.” Net als wel meer kinderen vond ik het bibberend klappertanden in de rij voor je te water moest gaan geen pretje. Bovendien was ik door de hoogste waterpolo expert de heer Stender toch al gemerkt als ‘brandhout’, dus hoge ambities koesterde ik niet waar het de verplichte zwemles betrof. Nee, was ik maar als zo’n vogel, koerend in de zon, maar verder vrij van akelige verplichtingen en ook zonder de druk van diploma’s die behaald zouden moeten worden. Geluksvogels, dat waren het, dat was mij wel duidelijk.
Wat ik niet wist terwijl ik daar onder de wol de eenvoudige melodieën van de duiven hoorde, was dat ik lang niet alles hoorde. Jaren en jaren later werd mij pas verteld dat duiven zulke lage tonen produceren tijdens het koeren, dat wij die niet horen. Een hondenfluitje met van die hoge tonen, die je niet kunt waarnemen, oké, daar wil ik nog wel aan toegeven, maar dat zijn voorwerpen die door mensen in elkaar zijn gezet. Dat zijn voortbrengselen van techniek, die speciaal zo gemaakt zijn, dat Fikkie ze wel hoort, maar dat wij er geen last van ondervinden. Maar dat een vogel, zo algemeen bekend als de duif, geluid kan maken dat niet waarneembaar is met gewone gezonde menselijke oren, dat vond ik onvoorstelbaar. Hoe groot is zo’n duif nu helemaal? In de kerk heb je machtige orgelpijpen, die vanuit de diepte roepen, zoals de bekende eerste noten van Bachs Toccata in d klein. Hoewel die klanken zo laag zijn, hoor ik ze met gemak. Sterker nog, vanuit hun diepte raken ze mij. En zou dan een simpele duif, die nog kleiner is dan een plofkipje van de grill, nog lagere tonen produceren, die ik niet bij machte ben te beluisteren? De gedachte vond ik eerst onvoorstelbaar en later onverdraaglijk. Dat onverdraaglijke van die gedachte geeft aan hoe ijdel ik als mens ben. Ik neem mijzelf als uitgangspunt. Ik weet wel dat er een onzichtbare, althans voor mensen met het blote oog niet waarneembare kleur als het ultraviolet bestaat, maar ik zie daar uiteraard helemaal niets van. En alles wat ik niet zie, of dus nu ook, alles wat ik niet hoor, dat “is er niet”, althans niet direct voor mijn beleving. Nu moet ik dus erkennen dat die dingen er wel zijn. De onvermijdelijke slotsom dat mijn waarneming beperkt is. Zo zijn er grote zaken waar wij geen ernst mee maken: ons oog ziet enkel maar een deel – zingt een 18e eeuws kerklied.
Dat is waar, maar we willen nu juist wel alles zien, niet alleen met ons oog, maar ook met ons verstand. We willen niet alleen alles begrijpen, maar we willen ook ‘grijpen’. We willen weten waar we aan toe zijn. In toenemende mate zien we dat om ons heen ook gebeuren. En dat wat er niet is, dat wat we niet kunnen verklaren, dat is er niet. Daar kunnen we niets mee.
Terug naar de duiven. Die komen ook in de Bijbel voor. Op schilderijen kun je het  zien in Bijbelse afbeeldingen. De Heilige Geest die als een duif neerdaalt. Zelfs wanneer er sprake is van de Schepping van God, zie je soms een duif, als Gods Geest boven de wateren. Teken ook van de vrede, met dat palmtakje van de nieuwe wereld als belofte voor Noach na de zondvloed in z’n bek.
Diezelfde duif die zulke onhoorbare diepe tonen maakt als tekening van Gods Geest. Dat is veelzeggend. Er zelfs een profeet die “Duif” heet. Dat is Jona.  Er zou veel te zeggen zijn over die profeet die de andere kant lijkt te gaan; hij doet niet wat God wil. O nee. En toch zegt de Here Jezus uiteindelijk dat er een teken is van Jona. Die profetische figuur, een vreemde figuur genoemd naar de duif. Het eindigt met een open vraag of de Here geen genade voor recht mocht laten gelden? Onverdiende genade die voorkwam uit Gods hart. Wil Jona dat horen? Willen wij dat onhoorbare liefdeswoord horen? De duiven, die herinneren ons aan de soms onhoorbare dragers van Gods Geest. Dan zijn het blijkbaar toch “geluksvogels”; vrede ook voor u en mij.
juli 2013, Geldermalsen.
 

 
Meditatie : Een rivier vol vrede Meditatie : Een rivier vol vrede

Ezechiël 47,1-12
Overal waar de beek komt, zal alles leven
‘Een rivier vol van vrede’


De Linge
De Betuwe ligt in het rivierenland. Soms als het water te hoog komt zijn er zorgen. Dat is al wel meer dan tien jaren geleden, maar velen herinneren zich de evacuatie en toen onverwacht in Oost-Europa een gebied welhaast zo groot als Zwitserland met overstroming werd bedreigd, kon ik merken dat veel mensen meeleefden. De ervaring en de spanningen die dat met zich brengt, waren herkenbaar. In Geldermalsen stroomt de Linge zoetjes aan ons voorbij. Inmiddels allang geen woeste rivier meer en evenmin valt zij nog droog. Het water in de Linge wordt netjes op peil gehouden.
Rivier
Rivieren worden met leven in verband gebracht. In de Bijbel is er deze rivier die aan de zijkant van de tempel ontspringt. Hoewel en maar één bron is, wordt zij toch steeds breder. Aan de menselijke maat van zijn eigen lichaam moet de profeet ontdekken hoe het waterpeil stijgt.
Anders dan in onze rivierdelta is zo’n stijging positief. In een gebied dat steeds met droogte te kampen heeft klinken deze woorden als een heerlijke belofte. Uiteindelijk wemelt het er van nieuw leven. De rivier heeft iets van de herschepping door God, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.
Offer
De rivier of beek komt uit de tempel. Dat is de plaats waar het offer plaatsvindt. Het offer heeft een centrale plaats, daar wordt het evenwicht tussen de Here God en de mens weer hersteld. Aardig daarbij op te merken is dat de priester, die het offer moet uitvoeren, niet let op de zondige mens die voor hem staat, maar juist controleert en er op toe moet zien dat het offerdier puntgaaf is. Dan kan er vrede komen. Als Christus Jezus door ons wordt beleden als het Lam Gods vertrouwen wij daarbij er op dat de Here God naar Hem kijkt en niet naar ons.
Luther
Maarten Luther heeft zichzelf ooit geschetst liggende op zijn sterfbed. Hij ziet dan de boze binnenkomen met een waslijst aan klachten. De satan als advocaat van de duivel noemt alle klachten. Volgens Luther heeft hij volkomen gelijk. Maar, zo beschrijft Luther dan de situatie, dan zal ik naar het gedoopte voorhoofd wijzen en worden gered.
Anders gezegd: Luther wijst naar het puntgave Lam Gods, in Wiens naam hij gedoopt is. Dat is Jezus Christus. En daardoor zal hij gered zijn. Kruisiging en Opstanding zijn daarin doorslaggevend. De Opgestane Here is de Gekruisigde, die als Lam Gods de schuld heeft gedragen. En zie: Hij leeft!
Leven
De tempel, of het offer, is de bron van de rivier. Steeds breder wordt de stroom. “Een rivier vol van vrede” zingen sommigen graag als opwekkingslied. Het leven van Christus is leven!
Uiteindelijk komen we deze brede stroom ook tegen in het boek Openbaring. Als het hemelse Jeruzalem wordt verkondigd stroomt de rivier in het midden. Ook daar aan weerszijden het geboomte. Die bomen wortelen bij het water en leven daarvan. In Psalm 1 horen we dat ook weer terug en op verscheidene andere plaatsen in de Bijbel. Het is als een rode draad. Het levende water heeft alles met het levende Woord van God te maken. Het is leven en maakt levend. Ook Jezus Christus maakt zich bekend als degene die levend water zal geven. Ieder die het ontvangt zal zelf als een fontein worden. Hij maakt leven. Voor de Gemeente betekent die wetenschap blijdschap. Ook zij mag gevoed – door het Woord, dat getuigt van de Kruisiging en Opstanding van Jezus Christus –bruisen.
Klappen in de handen
Rivieren hebben geen handen. Een nuchtere vaststelling is dat, maar… Maar – en dat is het grote “Maar…” van de verkondiging, het grote maar van het visionaire “zien” met de ogen van het geloof. Als er een nieuw lied gezongen zal worden voor de Here God. Als Hij alles in allen zal zijn en de nieuwe hemel en de nieuwe aarde doorbreken, dan, ja dan zullen uiteindelijk de rivieren in de handen klappen en de bergen jubelen. Vanwege de vrede die God geeft.
Jezus
Als de Gemeente met Jezus Christus als Hoofd weet dat zij uiteindelijk zo zal bruisen als een rivier vol van Gods vrede, dan mag zij nu al van dat besef leven en dat laten zien. Nu al is de Here Jezus Christus die leeft het Hoofd van het lichaam van zijn Gemeente.
Jezus Christus in het midden; Hij als de bron van het leven van de gemeente, de bron van de prediking. Paulus leert de gemeente dat zij lichaam van Christus is en Hij haar Hoofd. Als je nu het Hoofd van het lichaam zou scheiden, als de Opgestane Here Jezus Christus niet het Hoofd zou zijn, of als je dat weg zou halen, dan zou je feitelijk het lichaam onthoofden. En van iemand waarvan het hoofd van het lichaam gescheiden is, mag zelfs een leek, zonder bijstand van een arts of medische verklaring, vaststellen dat die persoon overleden is.
De Linge
Jezus als Hoofd is de bron. Als Hij zo wordt beleden en verkondigd, dan zal het omgekeerd tot een leven, tot een telkens nieuw leven kunnen komen. Wat een voorrecht om zo vlabij de rivier De Linge te mogen leven! Die helpt ons herinneren aan dat levende water van Godswege waar we steeds weer uit kunnen putten. Door Jezus Christus kunnen we zelf in geloof een fontein worden die springt ten eeuwigen leven; met en voor elkaar tot Gods eer.
Gerard J. Krol
 

 
"Onverschilligheid.." "Onverschilligheid.."

Naar aanleiding van de recente gebeurtenissen in Nice, deze overdenking van ds. G.J. Krol

 
Meditatie : psalm 45 Meditatie : psalm 45
lees meer »
 
De Here Jezus herkennen

De Here Jezus herkennen
lees meer »
 
Pasen Pasen
lees meer »
 
De gekruisigde De gekruisigde


 

lees meer »
 
Filippenzen 4, 1-9 CONFLICT Filippenzen 4, 1-9 CONFLICT

Lezen: Filippenzen 4, 1-9  CONFLICT

1 Daarom, mijn geliefde broeders, naar wie ik zeer verlang, mijn blijdschap en kroon, blijf zo staande in de Here, geliefden!
2 Ik roep Euodia en ik roep Syntyche ertoe op eensgezind te zijn in de Here.
3 Ja, ik vraag ook u, mijn oprechte metgezel: Help deze vrouwen, die samen met mij gestreden hebben in het Evangelie, ook met Clemens en mijn andere medearbeiders, van wie de namen in het boek des levens staan.
4 Verblijd u altijd in de Here; ik zeg het opnieuw: Verblijd u.
5 Uw welwillendheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij.
6 Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;
7 en de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.
8 Verder, broeders, al wat waar is, al wat eerbaar is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat lieflijk is, al wat welluidend is, als er enige deugd is en als er iets prijzenswaardigs is, bedenk dat.
9 Wat u ook geleerd en ontvangen en gehoord en in mij gezien hebt, doe dat; en de God van de vrede zal met u zijn.

een conflict
Soms is het er zomaar; een conflict. Ruzies en spanningen zijn er al sinds mensenheugenis. Denk maar aan Kaïn en Abel. Paulus heeft het aan het einde van zijn brief aan de Filippenzen ook over een conflict.

wie zijn in conflict
Hij noemt de namen; Euodia en Syntyche. Tussen hen is er kennelijk een spanning; zo groot dat Paulus er van weet. De namen van de twee vrouwen zijn van een diepe betekenis. De ene heet Euodia, wat zoveel betekent als “goede weg”. De ander heet Syntyche en dat kun je vertalen met “gelukkig samenzijn”. Hun namen zijn niet helemaal toevallig, we horen dat hun namen in het ‘boek des levens’ staan. Toch slagen zij er met elkaar niet in om een goede weg te vinden en gelukkig samenzijn daar is ook volstrekt geen sprake van.

waar gaat het over?
Dat weten we niet. Misschien is het heel ernstig, misschien gaat het eigenlijk nergens over. Dat komt ook in de gemeente voor. Ik heb ooit een man ontmoet die in alle ernst mij uitlegde dat hij in verontwaardiging de kerk had verlaten omdat een predikant hem jaren geleden niet had gegroet. Nee, hij had er nooit met die dominee over gesproken. Mogelijk was de predikant wel diep in gedachten verzonken, wie zal het zeggen? Als het niet is verhelderd, zal je het nooit weten. Conflicten ontstaan vaak tussen twee mensen met elk de beste bedoelingen. Conflicten hebben in de kern vaak een misverstand. Omdat er niet over gesproken wordt groeit het uit. “Reeds lang voordat het gehoor bij mensen vermindert, zijn velen al opgehouden te luisteren” is vrees ik echt waar. Ik denk dat de boze het prima vindt dat een conflict groter wordt, dat steeds meer mensen partij worden. Dat mensen proberen zoveel mogelijk anderen voor de kar van hun eigen gelijk te spannen. De boze wordt niet voor niets duivel of diabolos genoemd, dat letterlijk “uiteenwerper” betekent. Dat wil hij immers; mensen uiteen werpen en zo scheiding tussen hen maken, want dan zijn ze niet gelukkig bijeen en kunnen ze niet samen de goede weg vinden. De boze wil ook God en mens scheiden, dat doet hij al vanaf dag één. En elk moment dat zo’n scheiding lukt, er een tweespalt of erger ontstaat, dan heeft hij succes en kan hij in zijn vuistje lachen.

wat te doen?
Paulus vraagt degene die hij aanschrijft, ieder die het hoort, om deze twee vrouwen bij te staan. Ga erbij staan. Op die manier moet de aangesprokene helpen. En die hulp geeft hij namens de gemeente. Hij moet het samen aanvatten, hen samen ontvangen. Hoe doet zo iemand dat? Eenvoudig is dat niet. Het belangrijkste is beide partijen niet los te laten. Zelf weten, ja geloven, er echt op vertrouwen dat het Evangelie een kracht is die sterker is dan welk geschil ook. Als we binnen de gemeente daarover de hoop opgeven, dan kunnen we haast ophouden kerk te zijn. dan zijn we niet meer van de Kerk – letterlijk van de Here (kurois) – maar dan leggen we ons neer bij deze, misschien wel kleine, maar toch, overwinning van de boze.
Dat willen en kunnen we in de lichtkrans van het Evangelie van Jezus Christus niet. We leven vanuit het besef dat Christus de zonden op de Goede Vrijdag heeft gedragen overwonnen. Dat de scheiding tussen de Here God en ons in Hem voorbij is en dat die overwinning bovendien op de Paasmorgen in zijn opstanding nieuw leven heeft gekregen. Uit die overwinning stamt ook ons nieuwe leven.

dit mag je doen
Vier woorden noemt Paulus daar aan het slot van deze brief. Vier woorden waarmee de aangesproken persoon – en dat is volgens mij echt ieder die het horen wil, dat kunnen ook u en ik zijn – de mensen in het web van een conflict verstrikt zijn geraakt bijstaan.
1. standvastig
2. onbezorgdheid
3. blijdschap
4. belofte van vrede
1 Door standvastig te zijn kan de gemeente van Christus (elke man of vrouw die dat in het hart weet vertegenwoordigt die gemeente en gemeenschap) kan er rust komen in de conflictsituatie. Door standvastig te zijn laat je zien dat er iets steviger is dan het eigen gelijk.
2 In die zin wordt ook de bezorgdheid gerelativeerd. In de brief staat heel uitdrukkelijk dat de namen van deze twee vrouwen in het boek van het leven staan. Ze mogen elk, maar juist dan ook samen elk opnieuw tot de wetenschap komen wat hun eigen naam betekent. De betekenis van je naam, is in de Doop in Christus naam gegeven. Daarin ligt de eenheid, in zijn Naam de redding van onze naam. Zo mag de goede weg weer worden gevonden. Hoor je dat Euodia? Zo kunnen mensen weer gelukkig samenzijn. Durf je dat echt toe te laten, Syntyche?
3 De blijdschap waar hier sprake van is, vindt zijn grond in Christus. Hij die het grote conflict heeft overwonnen. Daardoor ontstaat er ruimte om te bidden. Ruimte om God te prijzen, Hem de persoonlijke schuld te belijden, Hem te danken en in verbondenheid met en voor anderen te bidden.
4 Wie zo het conflict durft te bespreken, zal merken dat het vanuit het gezichtsveld van de grote belofte van Gods vrede, die al ons verstand te boven gaat, steeds kleiner zal worden om uiteindelijk zelfs te verdwijnen. dan heeft de “uiteenwerper” geen been meer om op te staan!

Gerard J. Krol

 
21 december...... 21 december......
lees meer »
 
Loofhuttenfeest Loofhuttenfeest

Loofhuttenfeest
lezen: Zacharia 8,13-23


Zo zegt de HERE der heerscharen:
In die dagen zullen tien mannen uit volken van allerlei taal vastgrijpen,
ja vastgrijpen de slip van een Judeese man, en zeggen:
wij willen met u gaan,
want wij hebben gehoord, dat God met u is.
geen zending
Anders dan de Islam en het Christendom kent het Jodendom geen of nauwelijks enige vorm van zending. Dat is hen in de loop van de geschiedenis niet in dank afgenomen. Men is Jood, omdat men tot het Joodse volk behoort. Juist dat exclusieve maakt dat mensen zich dan buitengesloten voelen en terecht of onterecht daar bezwaar tegen maken. Ik denk dat juist ook de exclusieve manier van denken en spreken het antisemitisme eerder heeft versterkt dan verzwakt.

antisemitisme
Antisemitisme leeft nog steeds. Niet alleen bij Islamieten, maar ook bij mensen die zeggen bij de Westerse cultuur zich thuis te voelen. Miskotte merkte al ver vóór het uitbreken van WO II op dat, als we eerlijk zouden zijn, we tot de conclusie moeten komen, dat ten diepste wij allemaal in meerdere of mindere mate ons ergeren aan de Jood. Die eerlijkheid siert hem niet alleen, maar getuigt ook van diepe wijsheid, zelfkennis en het peilen van de pijlers waar onze cultuur op rust.

Loofhuttenfeest; feest ook voor de volkeren
Joden zouden eigenlijk rondom het Loofhuttenfeest die terughoudendheid mogen loslaten. Hier speelt vrees ik de geschiedenis met pijnlijke ervaringen een rol. De gelovigen bouwen een hut met een open dak. Dat is een verwijzing naar de tijd van de tocht door de woestijn. Het volk Israël trok – op weg in de richting van het door de Here God beloofde land – door de woestijn. Het Loofhuttenfeest doet opnieuw beseffen dat je onder een open hemel, afhankelijk van Gods genade, leeft. Juist bij dat feest hoort het om ook de vreemdeling uit te nodigen mee te vieren. In Numeri 29,12-37 staat te lezen hoe er 70 stieren werden geslacht, om aan te geven hoe Israël er is ook tot heil van de volken.
Niet toevallig wordt tijdens het Loofhuttenfeest door Salomo, die de zoon van David is, de tempel ingewijd (1Koningen 8). Wie het gebed van Salomo hoort en leest merkt hoe wijdt het ziet. In zijn gebed ligt de bede voor de wereld in haar geheel.

Israëlzondag
Zonder Israël vaart niemand wel. Tot Abraham werd gesproken door de Here God: Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken (Genesis 12,3). De houding ten aanzien van Israël is belangrijk. Die zegen is niet verdwenen met de komst van de Here Jezus, integendeel; het heil is uit de Joden. De Christus (Hebreeuws: de Messias) is daar geboren. In Bethlehem onder een open hemel in de karavanserai. Misschien speelt Lucas 2 zich af in de tijd van het Loofhuttenfeest. De Christus geboren voor Israël en de volken, onder een open hemel. Dat zou nog best eens kunnen; immers in december liggen er ook in Israël geen schaapjes minden in de nacht in het veld. De hemel omspant de gehele aarde en wie daarop wonen.
Jezus is geen Hollander of Romein, maar Jood. Dat het heil in Hem ook doorbreekt naar de volkeren is een andere zaak, het doet aan de belofte van God tot zijn volk niets af (zie ook Romeinen 11).
Daarom is het goed dat sinds 1949 (een jaar na de totstandkoming van de staat Israël!) de Israëlzondag wordt gevierd. Er is een onopgeefbare band met het volk Israël. Soms vinden we dat in de kerk moeilijk, maar ik denk dat de Bijbel daarbij ons een leidraad moet zijn en blijven. We hoeven niet alles goed te vinden wat er in Israël gebeurt of wordt gezegd. Simon Wiesenthal merkte terecht ooit op dat de filosemiet een mesjogge antisemiet is. Toch ontslaat het ons als Christenen niet oog te hebben voor Israël, juist ook gelet op de Bijbelse boodschap.
Wat betekent die Israëlzondag nog voor ons? De Tweede Oorlog is reeds lang geleden voorbij en we zijn voortgegaan. Als we het onopgeefbare band met Israël nog kennen, hoe geven we daar dan concreet invulling aan? Een wellicht gevoelig onderwerp waar we toch het gesprek in respect met elkaar als leden van dat lichaam van Jezus Christus het gesprek over moeten aangaan.

tweede kind
Iemand vergeleek Christenen, de Christelijke Kerk, met het ‘tweede kind’. Bij het eerste kind zijn de ouders oplettend. Een enkel kikje in de nacht, roept de beide ouders uit hun warme bed naar de sponde van de kleine. Bij het tweede kind heet het al gauw dat nachtelijk gehuil een heilzame werking voor de longen kan inhouden. Het tweede kind voelt zich soms achtergesteld bij de oudste. De liefde van de ouders is tot kinderen sterk. Het gaat hier om het gevoel van het tweede kind, dat zich, gelukkig meestal ten onrechte, achtergesteld voelt. Het is in de geschiedenis van de kerk vaak moeilijk geweest om tot de ontdekking te komen dat de Here God al reeds zo lang met Israël was. Israël als oudste en ‘wij’ komen er maar achteraan. Of erger nog, de gedachte de ‘wij’ eigenlijk in de plaats zijn gekomen van dat eerste kind.

de slip vastgrijpen
Het visioen van Zacharia is duidelijk en aansprekend. Wij denken daarbij vooral aan Jezus Christus. Aan zijn gebedmantel mogen wij, afkomstig uit de volken, Hem vastgrijpen en met Hem gaan, wetende dat God met Hem is. Zo zegent God de wereld. De Knecht van de Here is een Licht, niet alleen voor Israël, maar voor de wereld (Jesaja 49,6). Die Knecht mogen we vastgrijpen. Hij wordt ons verkondigd. Zijn Koninkrijk wordt uitgeroepen eerst door dat twaalftal (getal van de stammen van Israël!) apostelen en door de eenheid van de Heilige Geest in geloof ook aan u en mij gegeven.

toekomst: zwaan-kleef-aan
Het visioen draagt het beeld van de toekomst, van het Rijk van God. Stelt u zich die enorme zwaan-kleef-aan eens voor; achter elke Joodse man een tiental aan elk van zijn slippen van de gebedsmantel. Dat worden er dan veertig per persoon. Opnieuw klinkt dan het heil door, niet exclusief voor Israël, maar door Israël – in het bijzonder door de Levende Christus – ook voor de volken. Een feestelijke reidans in het Licht van God; de volken uiteindelijk tot één volk, dansend en feestend voor Gods aangezicht. Laat zijn Licht over u op mogen gaan.
G.J.Krol
 

 

 

 
"Het is niet goed....." "Het is niet goed....."

HET IS NIET GOED
lezen: Genesis 2,1-9.15-23
En de Here God zeide: Het is niet goed dat de mens alleen zij.
oertijd
Onlangs was ik met een aantal vrienden en bekenden in een soort prehistorisch kamp. Het gezelschap was uiterst gemêleerd.  In leeftijdsopbouw – de jongste vijf, de oudste achtenzeventig jaar oud – maar ook in vele andere opzichten waren de verschillen groot. Op de zondag hielden we een eigen dienst. Ik mocht er spreken en deed dat aan de hand van de bovengenoemde tekst.

sabbat
Allereerst viel het me op dat tussen Genesis 1 en Genesis 2  een paar zinnen staat gewijd aan de sabbat. Heel die enorme prelude van de Schepping van hemel en aarde, die machtige tien scheppingswoorden loopt uit op de sabbat. Toch hebben de latere mensen die de hoofdstukindeling maakten de verzen over de sabbat juist bij het tweede hoofdstuk getrokken. De sabbat is min of meer het schanier tussen de beide teksten. Enerzijds die grote Schepping met een hoofdletter, anderzijds die veel aardsere geschiedenis van het volgende hoofdstuk. Daar zou natuurlijk tekstkritisch veel over te zeggen zijn en het is voer voor de geleerden die de bronnen graag splitsen, maar voor wie voor het eigen hart een lafenis zoekt bij Gods hart is daarin niet veel te vinden. De theoretische beschouwingen vallen buiten de meditatie. De sabbat als scharnier. Dat hebben we vaker gehoord. Is het voor de Gemeente van Christus niet zo dat tussen de Goede Vrijdag, het Lijden van de Zoon des mensen en de Opstanding van de Eerste dag juist de sabbat ligt? Ook weer als een scharnier? Daar juist weer omgekeerd; enerzijds het lijden en de dood – die zo herkenbaar menselijk zijn, anderzijds de overwinning op de dood – dat ons menselijk bidden en besef zo hemelhoog te bovengaat.

het is niet goed
Tegenover het zesvoudig zien dat het ‘goed’ was dat uitmondt in een ‘zeer goed’ zelfs, staat in dit tweede hoofdstuk dat het ‘niet goed’ is. Het is niet goed. Wat is niet goed? Dat de mens alleen zij. De mens is niet bedoeld om alleen te zijn. Zeker, het kan heerlijk zijn om ongestoord je gang te kunnen gaan, maar echt alleen, helemaal alleen? Dat is niet eenvoudig. Daar in die setting van de prehistorie (nagebootst ongeveer 500 jaar vóór onze jaartelling) merkten ook de kinderen dat je het daar alleen niet zou redden. Er moest voortdurend water in kleine houten emmertjes gesjouwd worden. Om een brood te bakken was je met elkaar uren in de weer. De vuren waren kwetsbaar en hadden het nodig om steeds weer op niveau te worden gehouden. Voor ons mensen uit het tijdperk van televisie en computer onvoorstelbaar haast, maar je merkte dat je telkens op elkaar was aangewezen wilde het allemaal goed verlopen. Dat gold voor zo’n kleine dorpssamenleving van 30 personen voor een paar dagen, maar het geldt voor een gecompliceerde samenleving zoals wij die kennen nog steeds.

carnaval der dieren
Nee, alleen zou je het daar niet redden. Zo staat ook Adam daar alleen en is hij niet in staat om het alleen te klaren. Zijn naam is geen naam, niet echt. Hij heet Adam, omdat hij uit de Adama, de aarde is genomen; ´meneer Van den Akker’ zo zou je hem kunnen omschrijven. De bloedrode aarde, maar daar redt de mens, deze adam het niet. Althans, niet alleen. Hij heeft hulp nodig. (Laten nou nooit meer mannen hun misplaatste superioriteitsgedachten aan deze tekst ontlenen; want wie is hier nou de hulpbehoevende in de eerste plaats?) Anders is het niet goed. De Here God formeert alle dieren en de kleine adam geeft ze als een eerste Linnaeus allemaal namen. Er komt geen einde aan dat carnaval der dieren, maar net als in dat kamp dat in de oertijd speelt, helpen kippen, ganzen, varkens en schapen je niet, althans niet genoeg. Je bent alleen en redt het niet zonder hulp.

been van mijn gebeente, vlees van mijn vlees
Dan komt die slaap over Adam. Het is geen gewone slaap, maar een doodsslaap. Alleen door de dood heen komt hij tot nieuw leven en nieuwe gemeenschap. Wie de brieven van Paulus kent, herkent de gedachte aan Christus en zijn dood en opstanding. Romeinen 5 en 6 laten zich hierbij gemakkelijk lezen. Eenmaal ontwaakt spreekt de mens de eerste zin. Het is het eerste woord dat we in de Bijbel uit de mensenmond horen. Daarvoor waren het alleen Gods Woorden. Als de mens dan begint te spreken is het een gedicht. Geen biologisch of seksueel of maatschappelijk vertoog, maar poëzie: Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente, vlees van mijn vlees. Niet toevallig juist dat onze Joost van den Vondel later zal schrijven dat geen liefde ooit Gods liefde naderbij zal komen.
Het is Christus met zijn bruid.

niet goed
We weten allemaal hoe de wereldgeschiedenis geschonden is. De oertijd is geen idylle, net zo min als onze tijd zaligmakend is. En toch, na die magistrale klanken van die heerlijke prelude van de Schepping, klinken deze aardse woorden over de mens en zijn vrouw. De mens in tweevoud geschapen, niet alleen, want dat zou niet goed zijn. Juist in die spanning van het tweevoud leeft de mens, wordt hij/zij tot waarlijk mens. We zijn op elkaar aangewezen ook als we ons tot elkaar veroordeeld voelen. Dat laatste gevoel hoeft en zal niet het laatste, niet het uiteindelijke blijken te zijn. De vertaling spreekt over hulp die bij hem past. Dat passen is wel te mooi. Was het maar zo, maar de menselijke omgang laat zich niet lezen of laat zich niet leven als een legpuzzel. Nee, er is veel ‘ongepast’; dat weet een kind. Het gaat om die hulp die ‘tegenover’ hem/haar is. Daar liggen de uitdagingen; niet in hetzelfde, maar juist in het besef van het totaal andere.

Christus en zijn bruid
Christus houdt van zijn bruid, al is zij totaal anders dan Hij. Hij is in alles gelijk aan ons geworden, behalve de zonde. Daarmee is Hij totaal verschillend. Toch is juist Hij de hulp ‘tegenover’ ons die we van harte nodig hebben. Onze hulp is in de Naam van de Here. Daar kan je telkens weer een lofzang mee beginnen. Dat tilt onze tijd op tot Gods tijd, zijn Eeuwigheid.
Gerard J. Krol
 

 
Voetbal en toeval Voetbal en toeval
lees meer »
 
de man met het meetsnoer de man met het meetsnoer
lees meer »
 
Hoe nu verder? Hoe nu verder?
lees meer »
 
Meditatie ds Krol Meditatie ds Krol

u vindt hier de meditatie die zondag 25 mei in de avond dienst is gehouden

 
Meditatie ds Krol Meditatie ds Krol

Van de hand van ds. Krol is weer een nieuwe meditatie verschenen

 
wordt hervormd! wordt hervormd!
lees meer »
 
Nieuwe Meditaties ds. Krol: Nieuwe Meditaties ds. Krol:

Door ds. Krol zijn 3 nieuwe meditaties aan onze website toegevoegd, die u hier kunt lezen

 
Meer dan je best kun je niet doen!”, meditatie door ds. Krol Meer dan je best kun je niet doen!”, meditatie door ds. Krol

de nieuwste meditatie van Ds. Krol vindt u hier

 
De Here Jezus herkennen De Here Jezus herkennen

een nieuwe meditatie van ds. G.J. Krol

 
Nieuwe Meditaties ds. Krol: "De Gekruisigde" en "Pasen" Nieuwe Meditaties ds. Krol: "De Gekruisigde" en "Pasen"

De nieuwste meditaties van ds. Krol.

"de Gekruisigde" vindt u hier

"Pasen" hier

 
Nieuwe Meditatie ds. Krol: Conflict Nieuwe Meditatie ds. Krol: Conflict

U vindt hier de nieuwste medidatie door ds. Krol